Marktonderzoek zorginstellingen

In het kader van het TETRA-onderzoeksproject ‘Immersive Care’ (Thomas More) interviewden we de afgelopen maanden medewerkers van verschillende zorginstellingen uit de begeleidingsgroep. We contacteerden enerzijds beslissingsnemers, i.e. medewerkers die in zekere mate betrokken zijn bij innovatie binnen hun organisatie, en anderzijds zorgverleners, i.e. medewerkers op de werkvloer die de dagdagelijkse zorgtaken op zich nemen. In totaal gaat het om vijftien diepte-interviews in vier deelsectoren, namelijk: VAPH-voorzieningen[1] (5), algemene ziekenhuizen (3), revalidatie (3) en woonzorgcentra (4). We wilden nagaan hoe zij denken over de mogelijkheden van XR[2] voor de zorgvrager en diens welzijn. In dit rapport bieden we een synthese van deze interviews.

Het rapport bestaat uit drie grote onderdelen.

Deel 1 betreft een situatieschets, met de vragen: welke plaats krijgt welzijn momenteel in het innovatiebeleid van de zorginstellingen? Welke ervaringen hebben de zorgverleners met XR? En op welke manier verwachten ze dat XR kan worden ingezet binnen hun organisatie? De inzichten worden steeds geïllustreerd met toepasselijke quotes.

Deel 2 behandelt de factoren die bepalend kunnen zijn voor het toekomstige gebruik van (meer) XR en het verbeteren van het welzijn van de zorgvrager. Hierbij baseren we ons op het Unified Theory of Acceptance and Use of Technology model (UTAUT-model)[3].

Deel 3 vat deze inzichten vervolgens samen in een overzichtelijke SWOT-matrix, met de vraag: wat zijn op dit moment de strengths, weaknesses, opportunities en threats voor XR en het welzijn van de zorgvrager?

 

[1] VAPH staat voor Vlaams Agentschap voor personen met een handicap en VAPH-voorzieningen verwijzen naar vergunde zorgaanbieders die hulp aanbieden aan personen met een persoonsvolgend budget, een budget op maat waarmee een meerderjarige persoon met een handicap zorg en ondersteuning kan inkopen.

[2] Met XR bedoelen we technologieën als virtual reality (VR), ruimtelijke projecties (zogenaamde ‘immersive rooms’, IR), augmented reality (AR), mixed reality (MR), augmented virtuality (AV). Deze technologieën zorgen voor een gevoel van onderdompeling (immersie) in een kunstmatige omgeving die de werkelijke omgeving vervangt of aanpast, zodat gebruikers zich laten meeslepen door de nieuw gecreëerde omgeving.

[3]Venkatesh, V., Thong, J. Y., & Xu, X. (2012). Consumer acceptance and use of information technology: extending the unified theory of acceptance and use of technology. MIS quarterly, 157-178.

De belangrijkste punten uit dit rapport
  • Zorgverleners en zorginstellingen hebben tot nu toe weinig ervaring met XR (in het kader van het welzijn van de zorgvrager), maar zijn vaak wel overtuigd zijn van de mogelijkheden.
  • Ze verwachten allemaal dat XR-toepassingen een positieve impact kunnen hebben op het welzijn van de zorgvragers, maar ze vullen dit anders in. Bijvoorbeeld, ziekenhuizen focussen op afleiding (pijn, entertainment) en ondersteuning bij communicatie (klinisch, sociaal), terwijl woonzorgcentra eerder focussen op het creëren van aangename ervaringen en sociaal stimuleren van bewoners.
  • Zorginstellingen laten de keuze over de specificiteit van een XR-toepassing en het niveau van interactiviteit en realisme binnen de XR-toepassing afhangen van het beoogde doelpubliek, het beoogde effect of doel van de XR-toepassing en de verwachte kostprijs.
  • De meerwaarde voor de zorgvrager, de kostprijs en efficiëntiewinsten (budget, werkdruk) bepalen volgens de zorginstellingen uiteindelijk of een XR-toepassing wel of niet wordt aangekocht en ingezet.

1. Situatieschets: welzijn en XR

1.1. Innovatie en welzijn

Wanneer het gaat over innovatie en het verbeteren van de zorg, leggen de verschillende types zorginstellingen een andere focus. Zo zetten VAPH-voorzieningen enorm in op het welzijn van hun cliënten waarbij het creëren van positieve ervaringen en nieuwe uitdagingen voor hen van essentieel belang is.  

“Welzijn staat bij ons centraal. Daaruit vertrekken we en dan gaan we kijken dat we niet alleen daar blijven hangen, maar dat de kinderen ook echt vooruitgaan en welke tools daarvoor kunnen gebruikt worden, zodat het voor het kind beter gaat (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

De algemene ziekenhuizen, daarentegen, leggen sterker de nadruk op het verbeteren van de effectiviteit (kwaliteit van de zorgprocessen, evidence-based aanpak…) en efficiëntie (snellere processen, werkverlichting voor het personeel…) van hun zorgaanbod. Innovatie wordt veelal gestuurd vanuit deze twee factoren, al blijkt het welzijn van de patiënt ook een (steeds) belangrijke(re) factor.

“Wat wordt er meegenomen, maar nog niet zo heel veel, dat is dat welzijn van de patiënt. We zijn daar wel met een werkgroep over begonnen; van hoe kunnen we dat als nieuwe bril gebruiken om gans onze procedures eens door te lichten. […] Langs de kwaliteitskant auditen is goed, maar het is meer dan alleen kwaliteit (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

Revalidatiecentra lijken een tussenpositie in te nemen. Net als in de algemene ziekenhuizen is het voor hen belangrijk dat een behandeling effectief is (fysiek herstel, verbetering…) en steeds verbeterd wordt via innovatie, maar tegelijk staat ook het welzijn van de zorgvrager centraal (mentale toestand, motivatie…).

“Eigenlijk willen wij die mensen zoveel mogelijk gaan laten re-integreren in de samenleving en daarvoor is ook het mentale belangrijk. In eerste instantie zijn wij bezig met het fysieke en daar kunnen wij het verschil maken, maar wij willen ook op andere vlakken het verschil maken (revalidatiecentrum, beslissingsnemer).”

Voor woonzorgcentra is het welzijn van de bewoners cruciaal. Ze zetten sterk in op het activeren en stimuleren van hun cliënten via positieve ervaringen, spel en sociaal contact.

“Wij zetten in op belevingsgerichte zorg vanuit het standpunt van de bewoner. De bewoner staat centraal en we vertrekken vanuit zijn behoeften, noden en wensen. Daarnaast is de relatie met de bewoner belangrijk. Alle onze medewerkers gaan echt in relatie met de bewoners, ze bouwen banden op en bieden een luisterend oor aan. We denken ook altijd in mogelijkheden, we focussen niet op wat de bewoner niet kan, maar wel op wat hij nog kan en we proberen daar zo goed mogelijk op in te zetten (woonzorgcentrum, beslissingsnemer).”

1.2. Ervaring en evaluatie

Voor het verbeteren van het zorgaanbod, en meer bepaald het verhogen van het welzijn van de zorgvrager, kunnen zorginstellingen gebruik maken van innovatieve digitale technologieën, zoals XR.

Wanneer we eerst toetsen naar persoonlijke ervaringen met XR in de vrije tijd, blijkt dit heel beperkt te zijn. De meesten hebben eenmalig of zelfs nog nooit een virtual reality (VR) bril opgezet of een augmented reality (AR) applicatie getest in hun vrije tijd. Ze staan er meestal wel voor open om het (nog) eens te proberen, met uitzondering van diegenen die fysieke ongemakken ervaarden of vrezen (bv. misselijkheid en incompatibiliteit van VR-bril met eigen bril en oogproblemen). Er heerst algemeen de verwachting dat VR – niet zozeer AR of ruimtelijke projecties – hen effectief zal meeslepen in een beleving.

Vervolgens toetsten we naar ervaringen met XR binnen de werkcontext. Hoewel men binnen deze context al wat vaker in aanraking is gekomen met zaken als VR en AR, blijft het vaak beperkt tot proefprojecten of een eenmalige test. Sommige zorginstellingen hebben nog geen enkele ervaring met XR op de werkvloer, terwijl andere reeds toepassingen hebben aangekocht, zoals de Tovertafel of een of meerdere VR-brillen. De VR-toepassing ‘Oncomfort’ werd bij meerdere zorginstellingen uitgeprobeerd.

Diegenen die reeds XR – VR, meer specifiek – hebben ingezet om het welzijn van de zorgvrager te verhogen, reageren positief over de belevingen en het doel van de toepassingen wordt meestal bereikt (bv. rust of pijnafleiding). De zorginstellingen halen echter vier kritische punten aan.

  1. De aankoop van materiaal en applicaties betekent voor vele een grote investering, ongeacht het type zorginstelling.
  2. Het blijkt moeilijk om geschikte content te vinden, en vooral om deze content uit het massa-aanbod te selecteren en vervolgens te beoordelen of de content goed of toepasselijk is.
  3. Het is niet altijd even makkelijk om cliënten te overtuigen om een VR-bril op te zetten.
  4. VR heeft mogelijks niet op alle zorgvragers een gunstig effect

(punten 3 en 4 komen voornamelijk naar voor in de woonzorgcentra en VAPH-voorzieningen).

“Ik denk dat de aanzet tot het effectief opzetten, niet altijd evident is. Onze cliënten hebben vaak problemen met zich inleven of met zich voorstellen van bepaalde situaties. En als je dan moet uitleggen dat ze via een bril in een virtuele wereld zullen komen, is dat moeilijk om uit te leggen. En dat maakt de stap om het te proberen moeilijk voor sommigen. Kan bedreigend overkomen, gevoel dat ze opgesloten gaan worden in een bepaalde situatie (VAPH-voorziening, zorgverlener).”

“Uitleggen aan onze bewoners dat ze in een virtuele wereld terechtkomen en sommige bewoners zijn al verward. Ik weet niet of dat voor iedereen even goed gaat zijn. De werkelijkheid biedt voor sommige bewoners al voldoende uitdagingen (woonzorgcentrum, beslissingsnemer).”

“Ik denk dat AR via de tablet fijn zal zijn voor de bewoners. Ik weet niet of iedereen het leuk zal vinden om een bril op te zetten (woonzorgcentrum, zorgverlener).”

De VAPH-voorzieningen proberen dit op te lossen met een stapsgewijze introductie:

“Dus dan gaan kijken wat een goed stappenplan is. En daarin is het belangrijk dat er eerst een goede voorbereiding is: de begeleiding vragen om de bril op te zetten zodat ze het zelf eens ervaren en een betere inschatting naar hun cliënten kunnen maken. Dan de cliënten laten meekijken op het scherm. Dan de bril voor hen houden, maar de mogelijkheid voorzien dat ze zich nog kunnen wegtrekken. En als ze dat oké vinden, dan pas de hele bril effectief opzetten (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Ondanks zo’n geleidelijke aanpak zal niet elke cliënt een VR-bril willen opzetten. Wanneer het niet vlot lukt, blijkt het bovendien des te moeilijker om de begeleiders van de VR-toepassing te overtuigen. Los daarvan merken de zorginstellingen tot nu toe weinig terughoudendheid bij zorgverleners om met XR aan de slag te gaan, zeker wanneer enkele enthousiastelingen de implementatie op de werkvloer trokken of er een opleiding werd voorzien.

De specifieke moeilijkheden die de woonzorgcentra en VAPH-voorzieningen aanhalen in het kader van VR (headset opzetten, VR is te verwarrend of bedreigend) zien ze niet bij AR. AR via een tablet zal niet bedreigend overkomen en/of minder verwarring zaaien omdat het gelinkt is aan een scherm. Bovendien is het een meer sociale invulling van XR, het kan makkelijker in groep worden gebruikt. 

“Ik denk dat we wel goed moeten nadenken over welke bewoners we selecteren voor welk type beelden. VR kan verwarrend werken en AR via projecties op een tafel of muur ook, we moeten zien dat de bewoners niet angstig worden of te verward geraken. AR via de tablet lijkt me wel toegankelijk voor alle bewoners (woonzorgcentrum, beslissingsnemer).”

Samenvatting

Zorgverleners en zorginstellingen hebben tot nu toe weinig ervaring met XR, maar vaak zijn ze wel overtuigd van de mogelijkheden. Degenen die al XR hebben ervaren zijn positief en geloven in de potentiële meerwaarde die XR kan bieden voor het welzijn van de zorgvrager.

De zorginstellingen halen vier kritische punten aan:

  1. De aankoop van een XR-toepassing is voor veel zorginstellingen een grote investering
  2. Het is moeilijk om geschikte content te vinden
  3. Niet alle zorgvragers zijn bereid om een VR-bril op te zetten
  4. VR heeft mogelijks niet op alle zorgvragers een gunstig effect

De twee laatste punten zijn volgens de zorginstellingen niet van toepassing op AR via de tablet. De potentiële problemen met de headset verdwijnen, het zal niet bedreigend overkomen en minder verwarring zaaien omdat het gelinkt is aan een scherm. Bovendien is het een meer sociale invulling van XR, het kan makkelijker in groep worden gebruikt.

1.3. Verwachtingen en uitdagingen

Zorginstellingen hebben nog niet veel ervaring met XR ter bevordering van het welzijn van de zorgvragers, maar wel grote verwachtingen. Al wijzen ze ook op belangrijke uitdagingen.

Toepassingen

De VAPH-voorzieningen kijken vooral naar VR en richten zich op drie aspecten, resp. van passief naar actief: rust, beleving en leren.

Ten eerste verwachten ze dat VR hun cliënten bepaalde zen-momenten kan bieden door hen helemaal onder te dompelen in een andere wereld. Deze zen-momenten kunnen een activiteit op zich zijn (het zogenaamde ‘snoezelen’) of een hulpmiddel bij moeilijke situaties (bv. preventie van een woede-uitbarsting):

“Ze worden daar rustig van en dan is dat ideaal om hun basisrust terug naar 0 te krijgen en hen terug oké te laten voelen. Het kan zijn dat een kind het op een gegeven moment veel te druk vindt, en met zo’n VR bril en een dempende hoofdtelefoon zowel geluids- als visuele prikkels kunnen verwijderen. Vooral dat laatste is heel erg moeilijk nu, tenzij je ze uit de situatie kan halen en in een aparte kamer kunt zetten (VAPH-voorziening, zorgverlener).”

Ten tweede zien ze VR als een hulpmiddel om de realiteit te omzeilen en de leefwereld van cliënten te verrijken. Op die manier kunnen zij dingen beleven die anders nooit mogelijk zouden zijn: 

“Onze mensen hebben beperkingen, zowel fysiek als cognitief. En hiermee zouden ze dan ervaringen kunnen hebben die ze anders niet zouden hebben, zoals iemand die niet op een gewone fiets kan zitten en via VR het idee krijgt ergens aan het fietsen te zijn (VAPH-voorziening, zorgverlener).”

Ten derde, en dat komt het vaakst naar voor, verwachten ze van VR dat het een veilige leeromgeving biedt, zonder onverwachte situaties of storende prikkels. Binnen die veilige omgeving hopen ze hun cliënten uit te dagen om dingen bij te leren:

“We willen uitstijgen boven het speelse, het beleven, want in die toepassingen ben je vaak snel uitgekeken. We willen echt dat er iets geleerd kan worden. En wat dan bij heel veel mensen van onze doelgroep – niet alleen autisme – naar voor komt, dat zijn die sociale vaardigheden en het communicatieve (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Ook de ziekenhuizen koesteren hoge verwachtingen ten aanzien van XR en het verbeteren van de levenskwaliteit en het welzijn van de patiënt. Daarnaast zien ze ook andere toepassingsgebieden voor XR in het ziekenhuis, bijvoorbeeld chirurgie, apotheekmanagement, brandtraining, enz. VR wordt onlosmakelijk verbonden met ‘afleiding’. Enerzijds gaat het over beleving, namelijk patiënten een virtuele beleving aanbieden waarmee ze even kunnen loskomen van de huidige context en situatie. 

 

“Dat ze bij wijze van spreken het gevoel hebben om eventjes op het strand te liggen. Zuiver onderdompeling om de ziekenhuiswereld eventjes te vergeten (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

Anderzijds wordt afleiding gezien als een medisch hulpmiddel, dat niet enkel het welzijn van de patiënt verhoogt, maar ook pijn kan verlagen, medicatie kan verminderen en het genezingsproces kan verbeteren:

“Als we zouden kunnen werken naar de healing environment: via architectuur, maar misschien ook XR, het kille van het ziekenhuis kunnen opvangen. Ik geloof ook hard dat het een groot deel van anesthesie kan vervangen of toch vereenvoudigen, wat ook beter is voor de klinische outcome (ziekenhuis, beslissingsnemer).” 

Ten tweede verwachten ziekenhuizen dat XR kan zorgen voor een verbetering op het vlak van informatie en communicatie. Enerzijds vanuit een klinisch standpunt: via een VR-bril kunnen patiënten al kennismaken met en zich voorbereiden op het operatiekwartier, via AR kan een aandoening beter geïllustreerd en uitgelegd worden, via smartphone AR vindt de patiënt makkelijker zijn weg naar het dokterskabinet, enz. Anderzijds vanuit een sociaal standpunt kunnen langdurig zieken via een 360°-camera en een VR-bril bijvoorbeeld direct naar hun eigen woonkamer worden gebracht.

Ook de revalidatiecentra koesteren grote verwachtingen omtrent XR en het welzijn van hun cliënten. Opnieuw ligt het zwaartepunt bij VR en de creatie van een nieuwe belevingen. VR zou hen in staat stellen om de realiteit te manipuleren, waardoor revalidanten hun grenzen verleggen, zij het bewust (verhoogde motivatie) of onbewust (misleiding door de hersenen). Een bijkomend interessant voordeel is de mogelijkheid van visuele feedback in de virtuele wereld: 

“Het moet een trigger zijn om te blijven revalideren, zoeken naar creatieve manieren om mensen te blijven motiveren. Dat maakt het bij VR wel mogelijk, om bijvoorbeeld het repetitieve, het doelgerichte, het motiverende… beter te kunnen triggeren. Waar dat het anders saai kan worden voor de patiënt (revalidatiecentrum, zorgverlener).”

“Je kan mensen zo ver krijgen dat ze hun omgeving vergeten, maar ook de randvoorwaarden. Waardoor ze plots meer dingen kunnen doen en hun eigen fysieke beperking kan worden doen vergeten. En op die manier spieren via de hersenen worden gestimuleerd (revalidatiecentrum, beslissingsnemer).”

“Het tracken van beweging, bewegingen visualiseren wanneer patiënten bewegen en feedback visualiseren in de virtuele wereld kan ervoor zorgen dat patiënten meer kunnen bereiken (revalidatiecentrum, beslissingsnemer).”

Woonzorgcentra verwachten via XR het welzijn van de bewoners te verhogen door hen aangename ervaringen te bezorgen en sociaal te stimuleren. Ze verwachten dat VR eerder geschikt is bij de individuele begeleiding van een bewoner en AR eerder aansluit bij sociale activiteiten.

“Groepsgerelateerde activiteiten zijn uiteraard zeer belangrijk voor het sociaal contact, maar de coronacrisis heeft ons geleerd dat de individuele begeleiding ook zeer belangrijk is. Het gaat dieper en heeft op die manier ook een zeer belangrijke impact op het welzijn. Wij hopen dat deze technologie zowel individueel als in groep een meerwaarde kan bieden  (woonzorgcentrum, beslissingsnemer).”

Technologie/hardware

Er werd tijdens de interviews voornamelijk verwezen naar VR. Ondanks het feit dat mensen zich realiseren dat ze AR kennen wanneer er wordt verwezen naar Instagramfilters of Pokémon Go, is AR niet iets waar elke zorginstelling spontaan aan denkt. Een aantal geïnterviewden begon pas na te denken over de relevante mogelijkheden van AR tijdens het interview.

In vergelijking met woonzorgcentra en VAPH-voorzieningen verwijzen de revalidatiecentra en algemene ziekenhuizen uit zichzelf al naar een grotere variëteit aan XR-technologieën. Ze geven aan niet te willen focussen op één technologie, maar een mix te willen inzetten voor verschillende doeleinden en doelgroepen:

“Afhankelijk van de context gaan kijken wat het beste is. Voor dementerende patiënten gaat zo’n bril op hun hoofd niet ideaal zijn, maar zo’n tafel met projecties wel. Een iets oudere pediatrische patiënt wil dat direct wel opzetten. Maar misschien zijn er ook oudere patiënten die dat willen of jongeren die het absoluut niet willen proberen (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

“VR is volgens mij hetgeen dat nu het snelst ingang kan vinden: betaalbaar, grote voordelen van afleiding en zintuigen te controleren… AR [bril] is op dit moment goed qua logistieke processen, kwaliteitsprocessen, operaties… […] Of ja, via gsm of tablet kan [AR] misschien wel iets betekenen voor de patiënt. Vooral qua informatie en communicatie (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

“Bij de ene zal het een pro zijn om de werkelijkheid niet te laten zien, en bij de andere om die juist wel te laten zien. Zal afhangen van toepassing en context. En kan een combinatie zijn van de twee, een proces waarbij eerst AR en dan VR (revalidatiecentrum, beslissingsnemer.”

Er hoort een belangrijke kanttekening bij VR. Niet zozeer met betrekking tot content, maar wel met betrekking tot de tool zelf (headset en controllers). Zoals eerder vermeld zou de VR-bril bedreigend en beklemmend kunnen overkomen bij een aantal cliënten, of het is onmogelijk de cliënt een bril op het hoofd te zetten (bv. woedeaanvallen). Daarnaast maken veel leer- of spelapplicaties gebruik van controllers, waarvoor een fijne motoriek nodig is.

“Als die controllers weg kunnen of kunnen vervangen worden door iets anders, iets klein, bijvoorbeeld een armbandje – geen handschoenen, want niet iedereen bij ons is standaard gebouwd – dan zou het bruikbaarder zijn (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).” 

“Het gebruiksgemak is wel belangrijk. Als het te complex wordt met verschillende knopjes die moeten worden ingedrukt, dan zal dat niet voor iedereen hier even geschikt zijn (woonzorgcentrum, beslissingsnemer).”

Deze nadelen van (de huidige tools voor) VR maken dat één respondent aangeeft om in de toekomst misschien eerder voor AR te kiezen:    

“Ik moet eerlijk zeggen dat nu we er meer mee bezig zijn geweest, AR toch iets meer voor onze cliënten lijkt dan VR, omdat je dan toch meer het contact met de realiteit houdt. Ze blijven contact met hun begeleiding houden en kunnen samen het nieuwe object in de ruimte beleven. Maar momenteel zijn daar wel geen plannen voor, maar mochten er ooit nog kansen komen… (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Content/software

Bij de ontwikkeling van nieuwe toepassingen moeten XR-ontwikkelaars steeds keuzes maken, zoals: willen ze een zo breed mogelijk publiek bereiken of richten ze zich op een specifieke groep of problematiek? Is interactiviteit belangrijk? Is realisme belangrijk? Moet de content aanpasbaar en wisselbaar zijn? En tegen welke prijs?

De zorginstellingen benadrukken meermaals de diversiteit binnen hun cliënteel: verschillende leeftijden, achtergronden, problematieken, begripsniveaus, enz. Sommigen uiten vervolgens hun voorkeur voor generische apps, terwijl andere juist specifieke content verkiezen:

“Ik pleit in principe veelal voor het generische dat we sneller en veel kunnen gebruiken. […]. Als er in grote volumes dingen moeten ontwikkeld worden, dan moet dat eerst (ziekenhuis, beslissingsnemer).” 

“Ik denk dat het nodig is te richten op een specifieke groep bij de ontwikkeling. Dat gaat het beste werken, denk ik (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Meestal liggen twee factoren aan de basis van hun keuze, namelijk kostprijs en effectiviteit. Ze maken, met andere woorden, steeds een kosten-batenanalyse voor hun eigen organisatie en doelpubliek: 

“Maar is altijd een evenwicht zoeken tussen enerzijds generaliseren en zoveel mogelijk [differentiëren]… Bij elke aankoop maken wij de afweging van hoeveel verschil we ermee maken. Dat is een afweging van verschillende factoren: de hoeveelheid patiënten is er één van. En dat staat in verhouding tot de prijs: hoe duurder, hoe meer mensen er iets aan moeten hebben (revalidatiecentrum, beslissingsnemer).”

Ook omtrent de interactiviteit en het realisme van een toepassing verschillen de meningen van de zorginstellingen. Het beoogde doelpubliek, opnieuw samen met het beoogde effect en de verwachte kostprijs, bepalen hun voorkeur voor actieve/passieve en realistische/abstracte content:  

“Ik weet het niet, dat zou hier toch moeten besproken worden van hoe ver [de investering voor interactieve content] zou kunnen gaan. Zeker omdat de meeste in onze voorziening toch op dat [passief] beleven zitten, denk ik dat ze bij ons niet zo snel gaan vragen om duurdere content te gaan ontwikkelen (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

“Abstracter betekent dat je de kost naar beneden kunt krijgen en sneller kunt aanpassen. We zijn daar al vaak van kant gewisseld. Het belangrijkste: wat heb je nodig om doelmatig te zijn. Wat is het meest effectief en welke kost staat er tegenover (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

Tot slot zien alle zorginstellingen een meerwaarde in content die aanpasbaar (niveaus, manipulatie van situaties…) en wisselbaar is (andere omgevingen, uitdagingen). 

“Zou geweldig zijn, mochten we voor VR ook telkens op maat van de cliënt kunnen aanpassen. Ook als we het zelf moeten doen. Zou leuk zijn om ook wat persoonlijke dingen in kunnen verwerken, maar weet niet hoe haalbaar dat is (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

“We hebben gemerkt bij onze tool op de spoed [i.e. Oncomfort voor afleiding], dat de effectiviteit afneemt naarmate een patiënt het meerdere keren gebruikt. De content moet daar dus wisselbaar zijn. Ook: voor bepaalde leeftijden werken sommigen dingen wel niet. En naarmate je ouder wordt, speelt leeftijd misschien minder, maar wel persoonlijke appreciatie. Bijv. als je een fobie hebt voor de voor onderwaterwereld, dan werkt het niet (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

“Om de patiënt te triggeren om oefeningen te doen, moet er variatie zijn qua omgeving en handelingen (revalidatiecentrum, zorgverlener)”.

Enerzijds verwachten zorginstellingen dat de ontwikkelaar standaard een zekere mate van variatie aanbiedt zonder meerkosten, gelet op de diversiteit die eigen is aan veel doelgroepen binnen de zorg. Anderzijds lijkt er ook een zekere bereidheid om een extra kost te betalen voor meer substantiële aanpassingen (bv. nog extra levels, personalisatie…). 

Samenvatting

De zorginstellingen verwachten allemaal dat XR-toepassingen een positieve impact kunnen hebben op het welzijn van de zorgvragers, maar ze vullen dit anders in:

  1. VAPH-voorzieningen verwachten dat XR zen-momenten kan bieden, de leefwereld van de cliënten kan verrijken en een veilige leeromgeving biedt
  2. Ziekenhuizen verwachten dat XR de zorgvrager kan afleiden (entertainment, pijn) en kan fungeren als hulpmiddel om te informeren en te communiceren (klinisch, sociaal)
  3. Revalidatiecentra verwachten dat XR hen in staat stelt de realiteit te manipuleren, waardoor revalidanten hun grenzen verleggen, zij het bewust of onbewust.
  4. Woonzorgcentra verwachten dat XR hen in staat stelt de bewoners aangename ervaringen te bezorgen en sociaal te stimuleren.

Bij XR denken de zorgstellingen voornamelijk aan VR. De ziekenhuizen en revalidatiecentra zijn meer op de hoogte van de verschillende XR-technologieën. Zij geven ook aan niet te willen focussen op één technologie.

Het gebruik van controllers bij VR, of meer algemeen het invoeren van interactiviteit in XR waar fijne motoriek voor nodig is, sluit een aantal zorgvragers uit.

De zorginstellingen benadrukken de diversiteit binnen hun cliënteel. Ze laten de keuze over de specificiteit van een XR-toepassing en het niveau van interactiviteit en realisme binnen de XR-toepassingen afhangen van

  • Het beoogde doelpubliek
  • Het beoogde effect of doel van de XR-toepassing
  • De verwachte kostprijs

De zorginstellingen zien een belangrijke meerwaarde in content die aanpasbaar en wisselbaar is. Dit wordt tot op zekere hoogte verwacht als een basisdienst, maar men is wel bereid te betalen voor meer substantiële aanpassingen of updates.

2. UTAUT: factoren voor toekomstige acceptatie

Het Unified Theory of Acceptance and Use of Technology model (UTAUT-model) bundelt factoren die een invloed kunnen hebben op de acceptatie van nieuwe technologie door individuen en organisaties. In dit onderdeel gaan we eerst na hoe zorgverleners en -instellingen invulling geven aan de verschillende factoren vanuit zowel hun beroepservaring als hun visie op zorg en XR. Daarna brengen we in kaart welke factoren het meest doorwegen. Welke elementen trekken hen over de streep om XR-toepassingen (nog vaker) in te zetten voor het verbeteren van het welzijn van de zorgvragers?

2.1. Verwachte meerwaarde

Volgens het UTAUT-model is het belangrijk dat gebruikers (in dit geval de zorgverleners) geloven dat de nieuwe technologie (in dit geval XR) een meerwaarde heeft voor de praktijk (in dit geval de zorg, en meer specifiek voor het welzijn van zorgvragers). Hieronder wordt aangegeven welke eigenschappen van XR als waardevol worden beschouwd door de zorginstellingen.

  • XR laat toe om de zorgvragers los te koppelen van de realiteit en onder te dompelen in een andere werkelijkheid. Dat is dé kern van XR, waarbij de mate van onderdompeling weliswaar verschilt van technologie tot technologie (het sterkst bij VR). De zorginstellingen zien hierin een enorme meerwaarde. Enerzijds in functie van afleiding en rust: via de onderdompeling is de zorgvrager zich minder bewust van de situatie waarin zij/hij zich bevindt en kunnen zintuigen of gevoelens worden beïnvloed. Met als gevolg dat zorgvragers minder pijn of angst zouden ervaren, minder medicatie of verdoving nodig hebben, minder agressie tegenover zorgverleners vertonen, enz. Anderzijds kan immersie ook ingezet worden om zorgvragers juist uit te dagen en te stimuleren: de onderdompeling en loskoppeling van de realiteit zorgt ervoor dat bepaalde drempels of randvoorwaarden wegvallen, waardoor de zorgvrager plots meer of andere dingen lijkt te kunnen. Dit heeft ook betrekking op het volgende punt (i.e. ideale oefenomgeving).

 

  • XR zorgt voor een ideale oefenomgeving. Volgens de zorginstellingen kan je immers situaties gaan manipuleren, waarin zorgvragers dan kunnen leren reageren. Bovendien is het een veilige oefenomgeving omdat onaangename prikkels en mogelijke gevaren kunnen worden gefilterd. Daarnaast wordt het door velen ook beschouwd als een leuke omgeving, die zorgvragers motiveert om te blijven oefenen. Merk op dat XR ook een ideale oefenomgeving kan zijn om zorgverleners te trainen

 

  • XR laat toe om informatie beter te communiceren. Zaken die belangrijk zijn voor zorgvragers (bv. voorbereiding op een behandeling) kunnen op een andere manier gevisualiseerd worden en zo tastbaarder worden gemaakt voor zorgvragers.

 

  • XR kan zorgen voor betere (effectievere) behandelingen. Het kan ingezet worden voor een betere omkadering bij een behandeling (bv. lagere dosis medicatie bij anesthesie, pijnreductie na de behandeling, …). XR kan ook complementair ingezet worden tijdens de behandeling en/of een aanvulling vormen op de bestaande zorg (bv. XR-toepassing om thuis revalidatie-oefeningen verder te zetten).

“Ik denk verder niet dat je AR of VR moet inzetten om de therapeut te vervangen, maar om dingen te kunnen bieden die de therapeut niet kan (revalidatiecentrum, beslissingsnemer).”

“Zij gaan sneller hun grenzen verleggen, vlotter zaken aannemen van de technologie, dan dat het soms gekoppeld is aan het subjectieve van een persoon, een begeleider (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Het is echter belangrijk mee te geven dat een verhoging van de effectiviteit van een behandeling niet voor elke zorginstelling even belangrijk is. Vooral VAPH-voorzieningen en woonzorgcentra geven aan dat het voor hen voldoende is wanneer enkel het welzijn van de patiënt verhoogd wordt (niet allemaal!). Revalidatiecentra en de ziekenhuizen focussen sterker op de effectiviteit van een behandeling, al verwachten ze dat dit onrechtstreeks ook verbetert wanneer het welzijn van de patiënt toeneemt.

XR versterkt het innovatieve imago van een zorginstelling. Alle respondenten zijn het hierover eens en geven aan dat het een belangrijke reden is om te investeren in XR. Bijvoorbeeld:

“Binnen onze sector zijn er vanalle bewegingen bezig, en diegene die het meest attractieve, meest diverse en meeste om alles uit de cliënt te halen, kan aanbieden, dan kan dat een belangrijk attractief iets zijn. We merken ook dat cliënten daar echt op afkomen, bij wijze van spreken. Wij zien dat dus toch wel als iets waar we ons als voorziening mee zouden kunnen onderscheiden. En waarmee we onze doelgroep ook mee gaan kunnen verruimen (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Een innovatief imago blijkt niet enkel belangrijk naar zorgvragers toe, maar ook naar zorgverleners. Zeker de ziekenhuizen hopen hiermee personeel aan te trekken en te blijven motiveren.

De zorginstellingen verwachten dus een meerwaarde van XR-toepassingen op verschillende vlakken. Voor de meesten moet die meerwaarde nog niet volledig bewezen zijn – zij het wetenschappelijk of in de praktijk – maar mag het initieel ook gaan om experimentele toepassingen. Ze verwachten wel hier zelf profijt bij te hebben, bijvoorbeeld door nog input te kunnen leveren voor de verdere ontwikkeling of het te kunnen gebruiken aan een verminderde prijs. Slechts een enkele zorginstelling wilt alleen investeren in XR-toepassingen indien de meerwaarde reeds wetenschappelijk is aangetoond (evidence-based). 

Tot slot: uitzonderlijk wordt de meerwaarde van XR in twijfel getrokken (“soms iets te veel spielerei”) of benoemt men lastige neveneffecten (bv. fysieke ongemakken zoals misselijkheid of druk van de headset, immersie kan bedreigend overkomen bij bepaalde zorgvragers en het gevoel opwekken dat ze opgesloten zitten in een bepaalde situatie). 

2.2. Verwacht gebruiksgemak

Het UTAUT-model peilt ook naar de inspanning die mensen of organisaties verwachten te moeten leveren om een nieuwe technologie in te zetten in de praktijk. Het gaat dan enerzijds om het gebruiksgemak van XR voor zorgvragers. Zoals eerder aangehaald, is het niet voor iedere zorgvrager even evident om met zaken als een VR-bril aan de slag te gaan. Zo kan men moeite hebben om de hardware te hanteren (bv. controllers, drukgevoeligheid) of nood hebben aan een stapsgewijze introductie tot de toepassing. Wanneer de inspanning bij een XR-toepassing te groot (b)lijkt, verkleint de kans dat zorgvrager hier in de toekomst nog mee aan de slag gaat. 

Anderzijds houden zorginstellingen rekening met de verwachte inspanning voor het personeel:

“We gaan niet alles in één keer doen. Maar daarom dat ik ook het luik van de medewerker belangrijk vind: wat verwacht je dat die gaat doen, wat met de workload… (ziekenhuis, beslissingsnemer)?”

De medewerkers moeten natuurlijk eerst leren werken met nieuwe toepassingen. De meeste zorginstellingen verwachten weinig tegenkanting van het personeel indien (1) de toepassing niet te complex is en zich in zekere mate vanzelf uitwijst en (2) er een korte opleiding wordt voorzien: 

“Er zal in het begin een angst voor het onbekende zijn. Maar eens je het uitlegt en laat ervaren, en ze merken dat het fijn is in gebruik en gemakkelijk in gebruik […] dan gaan ze er zeker voor open staan (VAPH-voorziening, zorgverlener).”

“Het moet een beetje gebruiksvriendelijk zijn dat komt zowel ons als de bewoner ten goede (woonzorgcentrum, zorgverlener)”.

Sommige zorginstellingen stellen ook voor te werken met innovatietrekkers of ambassadeurs, dat zijn de enthousiastelingen op de werkvloer die hun collega’s meenemen in het verhaal en hen ondersteunen waar nodig.

Wanneer XR-toepassingen dan ook effectief in de praktijk worden ingezet, is het nog onduidelijk of dit de werkdruk uiteindelijk zal verlichten of verzwaren en de zorgtijd zal verkorten of verlengen. Het zou kunnen dat zorgverleners een deel van hun activiteiten via een XR-toepassing aan de zorgvrager kunnen aanbieden, wat ervoor zal zorgen dat ze meer tijd hebben voor andere taken. Maar evengoed kan het zijn dat ze een deel van hun werktijd zullen moeten investeren in het begeleiden van zorgvragers bij nieuwe XR-toepassingen. Een dergelijke extra tijdsinvestering vormt geen groot probleem voor VAPH-voorzieningen en woonzorgcentra (i.e. zorginstellingen met een ondersteunende taak), mits er een duidelijke meerwaarde is en de tijdsinvestering redelijk blijft, maar het ligt moeilijker bij de algemene ziekenhuizen en sommige revalidatiecentra (i.e. zorginstellingen die zich richten op genezing en herstel).  

“Wij kijken altijd naar wat het beste is voor de kinderen. En als we er wat langer met bezig zijn of er wat meer voor moeten meewerken, dan is dat maar zo (VAPH-voorziening, zorgverlener).”

“We zitten onder een enorme druk. Als je bij de pediatrie heel veel tijd gaat moeten investeren om zo’n bril op te krijgen, dan ga je snel afhakers hebben. Omgekeerd: als het maar een klein beetje energie kost en je ziet een enorm resultaat op uw outcome, dan ga je dat wel verkocht krijgen. Dus verlenging van de duurtijd mag in (heel) beperkte mate (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

De ziekenhuizen benadrukken nog dat er zeker niet te veel tijd mag kruipen in het onderhoud van de hardware, zoals updaten, opladen en proper maken (hygiëne).

2.3. De mening van anderen

Ten derde stelt het UTAUT-model dat mensen in/en organisaties zeer gevoelig zijn voor de mening van anderen ten aanzien van het gebruik van nieuwe technologieën. Om XR-toepassingen echt voet aan grond te laten krijgen in een zorginstelling is het belangrijk om de juiste mensen te overtuigen, die op hun beurt anderen kunnen overhalen om de toepassing in de praktijk te gebruiken. Het gaat hier om de eerder aangehaalde ambassadeurs of enthousiastelingen op de werkvloer.

“Ik merk dat projecten goed marcheren als je bepaalde believers hebt die het ook gaan overbrengen. Werkt veel beter dan top-down iets opleggen (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

 

“Belangrijk om enthousiastelingen op de werkvloer te hebben. De mensen die nog wat angstig of niet geïnteresseerd zijn, die moeten ze toch proberen mee te krijgen in welke meerwaarde het kan hebben voor de cliënt (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Daarnaast wordt er ook veel waarde gehecht aan de mening of ervaring van de patiënt/cliënt. Zo schreven we eerder al dat wanneer cliënten moeilijkheden ondervinden met een toepassing, het veel lastiger wordt om (sceptische) begeleiders te overtuigen van de meerwaarde van de toepassing. 

2.4. Omkadering en compatibiliteit

Ten vierde stelt het UTAUT-model dat mensen/organisaties sneller geneigd zijn om nieuwe technologie te gebruiken wanneer er een goede omkadering wordt voorzien op het vlak van infrastructuur en ondersteuning. Dat lijkt ook zo het geval te zijn voor XR-technologieën in de zorg. De zorginstellingen benadrukken het belang van ondersteuning op volgende vlakken:  

  • Opleiding voor de zorgverleners. Dit werd al aangehaald bij het onderdeel ‘verwacht gebruiksgemak’. Opleiding is niet enkel nodig om zorgverleners vertrouwd te maken met de werking van een nieuwe XR-toepassing, maar ook om hen de meerwaarde van een toepassing zelf te laten ervaren. Bij voorkeur wordt deze opleiding voorzien door de producent van de aangekochte tool.

 

  • IT-ondersteuning. Alle zorginstellingen geven aan zelf te weinig in-house IT-support te hebben voor de installatie en implementatie van XR-toepassingen en verwachten hierin ondersteuning vanuit de producent.

 

  • Overzicht qua content/software. Enkele zorginstellingen die al wat verder staan met de implementatie van XR geven aan dat het niet gemakkelijk is om de juiste content te vinden. Ofwel is het aanbod te groot en zien ze door het bos de bomen niet meer (bijv. “Dat is via STEAM, en daar staat ontzettend veel op, wat overweldigend was”), ofwel is het aanbod juist te beperkt en voldoet geen enkele toepassing aan hun verwachtingen. Advies hierover wordt erg geapprecieerd bij de zorginstellingen.

 

  • Richtlijnen qua hygiëne. Voor de zorginstellingen is het belangrijk dat toestellen volledig kunnen worden ontsmet zodat de hygiëne naar de zorgvrager toe kan worden gegarandeerd. Graag zouden ze richtlijnen krijgen over hoe ze dit best doen (product, handeling…).

Aansluitend bij de omkadering, zorgt ook een match met de huidige manier van werken of de cultuur van de organisatie (i.e. compatibiliteit) ervoor dat nieuwe technologieën sneller op de werkvloer worden aanvaard en ingezet.

In dit marktonderzoek kwam dit aspect niet naar boven bij de zorginstellingen, tenzij heel miniem en terloops in het interview met een beslissingsnemer binnen een ziekenhuis:

 “We zijn een algemeen ziekenhuis dus ik probeer ook wel breed te denken [qua toepassingen en vorm van de content]”. 

2.5. Goed gevoel

Een vijfde factor die, volgens het UTAUT-model, bepaalt of mensen nieuwe technologie echt gaan inzetten in de praktijk, is het hebben van een positieve (eerste) ervaring. Die ervaring moet niet per se in een professionele context zijn; het mag ook om een persoonlijke ervaring gaan.

In het begin van dit rapport werd reeds aangehaald dat de respondenten zelf weinig ervaring hebben met XR. Een aantal hadden reeds één keer VR of AR geprobeerd. Daarbij had een minderheid echter fysieke ongemakken ervaren. Opvallend was dat deze fysieke ongemakken maken dat ze nu minder snel geneigd zijn om zelf nog een keer VR te proberen, maar ze lijken weinig invloed te hebben op hun visie rond VR in de zorg. Ze blijven er de meerwaarde van inzien (maar beseffen dat het niet voor iedereen is). Dit duidt er dus op dat een eerste negatieve ervaring met XR niet per se een negatief effect heeft op de implementatie in de zorg. Echter is dat niet altijd het geval, zo vermeldt een beslissingsnemer van een VAPH-voorziening dat een minder positieve eerste ervaring van een cliënt (bv. schrik voor VR) een negatieve impact kan hebben op de wil van de begeleiders om het later nog te gebruiken.

Om een negatieve eerste ervaring te vermijden, proberen veel zorginstellingen te werken met een groepje enthousiastelingen of ‘believers’ (cfr. supra). Zij moeten collega’s warm maken, hen de toepassing op een comfortabele manier laten proberen en bij een (technische) tegenslag te hulp schieten, zodat de eindevaluatie positief is. 

2.6. Kostprijs

Een zesde UTAUT-factor is de kostprijs. De prijs van een nieuwe technologie zou een invloed kunnen hebben op de adoptiegraad binnen een bepaalde organisatie of sector. Bij XR heb je enerzijds de kost van de hardware en anderzijds de kost van de software. Voor geen enkele zorginstelling is het echter duidelijk hoeveel ze hiervoor moeten rekenen, wat een belangrijke reden blijkt te zijn voor hun deelname aan dit onderzoeksproject.

“Maar die kost is ons onduidelijk. Daarom mee in dit onderzoeksproject: wat brengt het ons bij, wat kost het, is het dat waard, welke factoren naast het welzijn van de patiënt, hebben we stijging van tevredenheid…? (Ziekenhuis, beslissingsnemer)”

Vooral omtrent de kost van de software tasten zorginstellingen in het duister. Ze kunnen moeilijk inschatten hoeveel het kost om een nieuwe toepassing te laten ontwikkelen en hoe het zit met lopende kosten (licentie, onderhoud…). Ze vermoeden dat het “redelijk prijzig” zal zijn en ze steeds de “financiële puzzel zullen moeten leggen”.

Wanneer zijn zorginstellingen dan bereid om die kost te betalen? Twee elementen blijken van belang.

  • Eerst, en vooral, de effectiviteit van de toepassing: wordt het doel bereikt? Verbetert effectief het welzijn van de patiënt?
  • Ten tweede het gebruiksgemak: is de toepassing eenvoudig te hanteren door de zorgvragers? En kunnen (grote groepen) zorgverleners het makkelijk en efficiënt inzetten in combinatie met hun dagelijkse taken? Of – wat nog een stap verder gaat – kan de XR-toepassing de efficiëntie van de zorgverlening zelfs verhogen? Kunnen zorgverleners hun taken door de toepassing sneller tot een goed einde brengen of is er minder personeel nodig? Want, zo stelt een beslissingsnemer van een ziekenhuis, “om het verkocht te krijgen aan het management, dan gaat het om personeelskost”.

De vraag is of zorginstellingen die kost van XR volledig zelf moeten betalen? Allen vinden dat het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) zou moeten bijspringen. Zeker in het kader van effectieve (zie eerste quote) en efficiëntere zorg (zie tweede quote):

 “Als je zegt dat begeleiders meer cliënten moeten gaan ondersteunen, dan geef je hen ook maar de middelen om dat op een eenvoudigere manier te doen. Verantwoordelijkheid dat de overheid draagt: als de kost van de medewerker omlaag moet, dan moet er ook ergens terug een tegemoetkoming komen. Het kan niet én-én zijn (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

“Ja, zeker als het zichzelf als medical device heeft aangetoond, waarmee het iets anders kan vervangen of verbeteren. Bijvoorbeeld software dat medicatie vervangt, klinkt ook als politieke stap goed (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

2.7. Gewoontes

Ten slotte stelt het UTAUT-model dat een nieuwe technologie sneller geaccepteerd zal worden door iemand of door een organisatie, wanneer deze reeds de gewoonte heeft om (digitale) technologie in de praktijk te gebruiken.

Dit aspect kwam weinig spontaan naar boven tijdens de interviews. Specifiek rond XR blijkt er weinig ervaring en gebruik (zie begin van dit rapport). Met betrekking tot de eventuele gewoonte bij zorginstellingen om andere digitale technologieën in te zetten weten we echter weinig.  

2.8. Beslissende factoren

Op basis van het UTAUT-model zijn zeven factoren besproken die mogelijks een invloed kunnen hebben op het toekomstige gebruik van XR voor het welzijn van zorgvragers. Welke factoren geven nu de doorslag? Wat bepaalt uiteindelijk of een XR-toepassing wel of niet wordt aangekocht en ingezet?

Voor de zorginstellingen zijn er twee essentiële factoren. Ten eerste moet er een duidelijke meerwaarde voor de zorgvrager blijken. De zorginstellingen verwachten van een nieuwe toepassing dat deze effectief het verschil maakt voor (zo veel mogelijk) patiënten en cliënten. Of het nu gaat om rustmomenten creëren, aangenamer leren, pijn reduceren of blijven motiveren, het welzijn van de zorgvrager moet er zichtbaar of aantoonbaar op vooruit gaan.

“Dat de cliënten er meer mee bereiken en ervaringen opdoen die ze anders niet zouden hebben. Dat ze zich er opmerkelijk beter door voelen of manieren vinden om hun welzijn te verhogen (VAPH-voorziening, beslissingsnemer).”

Ten tweede moet de verwachte meerwaarde in verhouding staan tot de kostprijs:

“Je kan iets heel mooi uitwerken dat echt wel goed is voor het welzijn, maar het moet natuurlijk ook billijk zijn, het moet betaalbaar blijven (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

Tot slot blijkt, in het bijzonder in de ziekenhuiscontext, nog een derde factor erg belangrijk te zijn: efficiëntie. Zowel de werkdruk als de tijd/kost van personeel mag er niet door verhogen.

“Ik denk dat je de afweging moet maken: wat brengt het voor onze patiënt bij, gans die dingen. En kan het ook organisatorisch en infrastructureel, want daar komt natuurlijk wel wat bij kijken (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

“Mag een behandeling niet langer maken dan het nu duurt. Tijdsefficiënter dan nu, tenzij het kwalitatief echt een voordeel oplevert (ziekenhuis, beslissingsnemer).”

Deze drie factoren blijken algemeen het meest doorslaggevend te zijn wanneer zorginstellingen de intentie zouden hebben om XR-technologieën aan te kopen. Bij de geïnterviewde zorginstellingen binnen de begeleidingsgroep is die intentie er alvast. Of toch zeker al het enthousiasme:

“Ik denk dat wij super goede resultaten gaan bereiken. Waarom zouden we het niet doen? Daar denk ik zelfs niet aan, ik vind dat we dat zeker moeten doen. Het is 2020 (ziekenhuis, zorgverlener).”

3. SWOT: stand van zaken in een notendop

In deel 1 zijn heel wat interessante inzichten naar boven gekomen die we hier bundelen in een SWOT-matrix. SWOT staat voor ‘strengths’ (sterktes), ‘weaknesses’ (zwaktes), ‘opportunities’ (kansen) en ‘threats’ (bedreigingen). Het is een manier om een product of organisatie te evalueren en te bepalen waarop het zich in de toekomst moet richten binnen een bepaalde markt. Hier vatten we samen wat de sterktes en zwaktes zijn van XR als product, en op welke mogelijkheden (kansen) en moeilijkheden (bedreigingen) de technologie kan stoten wanneer het zal worden aangeboden als hulpmiddel voor de zorg, en meer bepaald voor het welzijn van zorgvragers.

 

 

+

XR

Sterktes:

 

  •      (verwachting van) leuke, positieve beleving
  •      Gevoel van immersie is uniek
  •      Beloftevolle werking, zicht-baar effect ~ evidence-based (bv. pijnafleiding met VR)

 

Zwaktes:

 

  •       Nog maar weinig gebruikt in persoonlijke en professionele wereld
  •       (vrees voor) fysieke         ongemakken
  •       (verwachte) hoge kostprijs

Zorgvrager/ zorgpraktijk (markt) 

 

Kansen:

 

  •       Steeds meer zorg-sectoren hechten waarde aan het welzijn van de zorgvrager
  •       Werkvloer niet terug-houdend en vaak enkele enthousiastelingen die implementatie trekken
  •       Veel toepassings-mogelijkheden voor welzijn. Gaande van passief (rust), over stimulerend, naar actief (uitdagingen, leren)
  •       Verschillende technologieën dienen verschillende doelen (AR, immersive room, VR…)
  •       Veel interesse voor content die aanpasbaar en wisselbaar is

 

 

Bedreigingen:

 

  • Moeilijk om de juiste content te vinden
  • VR: bril en immersie kunnen bij sommige doelgroepen bedreigend overkomen. Mogelijk neveneffect dat meerwaarde overschaduwt
  • VR: controllers vergen enige handigheid en motoriek, waardoor niet voor elke doelgroep mogelijk
  • Content: vaak strenge kosten-baten analyse, waarbij kosten doorwegen. Bijv. i.v.m. realisme en interactiviteit